Bonzour. Al drie dagen probeer ik te recupereren van een verkwikkend doch uitputtend weekend Parijs, de sympathieke lichtstad die ik sinds dit weekend het Barcelona van het noorden heb gedoopt. De gelijkenissen tussen beide wereldsteden zijn dan ook treffend: zo hebben ze bijvoorbeeld allebei een a in hun naam. En er is nog meer.
Hoewel het uitstapje naar Parijs zich al wekenlang veelbelovend aankondigde, begon het weekend op zondagochtend klokslag 4u met een serieuze valse noot. Terwijl Stefan en ik keurig op tijd klaarstonden om richting Parijs te cruisen met mijn kanariegele Seat Mii, stuurden Freya en Diederick in eerste instantie hun kat. “Geen paniek”, zo trachtte ik een hyperventilerende Stefan nog te sussen, “Diederick is allicht de bak Barbar nog op zijn brommer aan het hijsen.” Niets bleek echter minder waar. Toen Diederick 5 minuten later arriveerde op de Leuvense Bodartparking, blonk de bak Barbar vooral uit in afwezigheid. “Maar kijk”, zo probeerde Diederick op zijn beurt de ietwat verhitte gemoederen te bedaren, “ik heb Freya meegebracht”. Terwijl de ontgoocheling van Stefans gezicht droop en ik mijn Barbar for the road al op mijn buik mocht schrijven, besloten we toch maar om Diederick niet hulpeloos achter te laten op de parking. De foute keuze, zo bleek achteraf. Met z’n vieren kozen we het ruime sop richting Frankrijk, alwaar een stralende ochtendzon ons zou opwachten.
Parijs, zondagochtend 8u. Nadat ik zonder bloedvergieten haasje-over had gespeeld met een konijn op de autosnelweg, besloten we onze buikjes een eerste keer rond te eten bij “Le boulangerie de papa”, een etablissement dat wereldfaam verwierf met zijn kartonnen chocomelk. Althans, dat beweerde dekselse Diederick, die onzin uitkraamde alsof hij op de achterbank al vijf Barbars achterover had geslagen. Het zou overigens niet voor het laatst zijn.
Freya had het briljante idee opgevat om naar Les catacombes te gaan, een ondergronds gangenstelsel met menselijke resten van wat ooit Parijzenaren waren geweest. Toen we na verscheidene pogingen uiteindelijk de juiste metrolijn hadden gevonden, bleken de catacomben ‘exceptionellement’ dicht te zijn. Geen probleem, zo redeneerde Freya, die spoorslags koers zette naar het dichtstbijzijnde openbare toilet om er een toeristische attractie van te maken. Toegegeven, de Parijse openbare toiletten hebben heel wat bekijks wanneer er twee mannen tegelijk binnengaan. Stefan en Diederick lieten het echter niet aan hun hart komen. Wat er zich exact afspeelde in het toilet heeft Primus inter Pares niet kunnen achterhalen, maar de geruchtenmolen laat weinig aan de verbeelding over.
‘s Avonds brachten we een bezoek aan de Rue de la Huchette, de Muntstraat van Parijs zeg maar. Ons oog viel op Chez Momo, een sympathieke Marokkaan die graag planten kweekt op zijn plafond. Momo trakteerde ons meteen op een aangelengde cocktail maison, waarna we hem ietwat stuurs ‘begiezden’ à la Diederick. Dat kwam ons duur te staan. Marokkaanse vrouwen met een decolleté aan de verkeerde kant waren ons deel, en dus kozen we snel het hazenpad om ‘s avonds een flesje Franse wijn te kraken op de trappen van de Sacré Coeur. Dat werd letterlijk en figuurlijk één van de hoogtepunten van het weekend, met dank aan een ietwat beschonken Pool die er een erezaak van maakte om de goed 500 aanwezige toeristen te entertainen. Drank – nu ja, is Heineken wel een drank - stelen van de Pakistaanse verkopers, met lege blikjes denkbeeldige winning goals maken op de finale van het EK in Polen, ruzie stoken met een slapende zwarte, het hoorde er voor onze Poolse vriend allemaal bij.
‘s Anderendaags begon het Freya te dagen dat ze beter zonnecrème had meegebracht. Het begon Stefan te dagen dat hij beter nog een week had gewacht met die knie-operatie, ik begon stilaan te beseffen dat Parijs echt een stad naar mijn hart is, en Diederick begon stilaan te beseffen dat hij in Parijs was tout court. De bak Barbar was daarentegen nog steeds spoorloos. Op dag twee gebeurde er overigens nog vanalles, maar dat is niet meteen voor publicatie vatbaar.
Ik moet nog uitleggen waarom Parijs sinds vorige week het Barcelone du nord heet. Wel, eerst en vooral omdat het er twee dagen lang 25 à 26 graden is geweest. Twee: er is een wereldberoemde kathedraal aanwezig die een zekere indruk op mij weet na te laten. Drie: er hangt een uitgelaten sfeer, al zal het verlengd weekend daar zeker voor veel tussen zitten. En vier: ik wil al terug.
Foto’s volgen!

Commentaren